Een maritiem museum voor Oostende

Middaggesprek, februari 2014 met Marc Martens, Eric Van Hooydonck, Karel Vanackere, Marc Jacobs

Heeft zo’n museum in Oostende wel zin? Wie zal het project betalen en beheren?
Draagt dit bij tot de uitstraling van Oostende in het bijzonder en de Kust in het algemeen? En wat laten we zien in dat museum? Het maritieme verleden van Oostende en de kust?

De geschiedenis van de stad die zo weinig bekend is, een waarvan we de sporen maar moeizaam waarnemen in het Oostende van vandaag? Wellicht is dit een kans om het rijke erfgoed van de stad in een ruimere historische context te tonen.
Deze studentenprojecten zijn uitgewerkt aan de hand van een fictief maar realistisch museum-programma.

Ze tonen op beeldende wijze hoe de Churchillkaai kan ingenomen worden met een publiek gebouw. Ze roepen tastbare vragen op over de plaats van het gebouw, over de relatie met het dokkenlandschap en de zee, over de inrichting van het publiek domein tussen station en museum, over de kracht van de architecturale beeldentaal

Marc Martens, architect stedenbouwkundige, voorzitter van de vzw Oostende Werft, doet enkele voorzetten, en analyseert de ontwerpen.

Een panel met Karel Vanackere (directeur Autonoom Gemeentebedrijf Stadsvernieuwing Oostende) en Marc Jacobs (directeur FARO, Vlaams steunpunt voor cultureel erfgoed vzw) gaat hiermee in debat.
Dit middaggesprek kadert binnen de tentoonstelling “Jonge Architectuur aan Zee: maritieme musea volgens architectuurstudenten”, die loopt van 11 tot en met 16 februari 2014, van 10u tot 18u, in het Foyer van CC De Grote Post.
Op 15 februari, om 21u is er een optreden van het koor Ier en Gunter in het kader van “Liefde tussen de lijnen” (inkom 5 euro ADD in de Panoramazaal).