De noodzaak van verdichting

De noodzaak van verdichting

Marc Martens 2016-01-15

Eind 1999 gingen we vrolijk de eenentwintigste eeuw tegemoet. Het schetst onze postmoderne geestesgesteldheid dat we ons in die jaarovergang vooral zorgen maakten over de ‘millenniumbug’. Achteraf bleek het niet meer dan een flauwe stunt van de IT-industrie om ons nieuw apparatuur aan te smeren. Vandaag volgt de ontnuchtering. Ik noem maar vier feiten.

De klimaatsverandering is onloochenbaar geworden. We beginnen de desastreuze gevolgen te ontwaren: met een temperatuurstijging van twee graden zal de Noordzee tot Aalst en Mechelen komen! Even verbijsterend is de volledige overheersing van de ‘homo economicus’ in het debat, en dat ondanks het aanwijsbare falen van de vrije markt. Denk aan de wereldwijde crisis, de bankencrash, het ontredderde Europa met deelstaten aan de rand van het failliet. Ondanks de sterke analyses van filosofen als Hans Achterhuis (‘de mythe van de vrije markt’) overheersen de idiote denkbeelden van Ayn Rand (‘the Altlas Shregged’, ‘the Fountainhead’). De omzet van GAFA (Google, Apple, Facebook en Amazon) ligt hoger dan het BNP van een welvarend Scandinavisch land. Larry Page verkondigt onomwonden dat we geen overheid meer nodig hebben want dat zij alle problemen van het individu kunnen oplossen. De naoorlogse welvaartstaat verdampt door verlies aan fundamenten: de middenklasse krimpt, het gezin is niet langer de stabiele hoeksteen, individuele ontplooiing gaat ten koste van sociale cohesie. En tot slot is er een geopolitieke aardverschuiving. De aanslagen in Parijs hebben ons meer dan ooit met die dramatische realiteit geconfronteerd. Waar is de geruststellende koude oorlog toen twee herkenbare kampen tegenover elkaar stonden? We konden de tegenstellingen ten minste nog met logische argumenten te lijf. Vandaag valt er geen land meer te bezeilen, noch met de ‘islam’ fundamentalisten van IS, nog met de dwaze ‘christelijke’ aanhangers van Trump.

Ondanks die aardverschuivingen blijft het in ons land business as usual: we verkavelen er verder op los, iedere dag worden enkel voetbalvelden verhard, stadsbesturen blijven denken in functie van ‘gezinnen met kinderen’ die er straks niet meer zijn, prestigieuze stadsvernieuwingsprojecten bieden niet eens de woonvormen van de toekomst aan, we modderen aan met openbaar vervoer en blijven autovervoer bevoordeligen.

In het stadsdebat speelt verdichting een cruciale rol. De argumenten zijn gekend: door verdichting kunnen we afstanden beperken, noodzakelijke voorzieningen in het bereik houden van rijk en arm, open ruimte vrijwaren, een woningmix creëren, energie besparen in compactere woonvormen…

Maar het debat wordt vertroebeld door vooroordelen en onwetendheid. Voor de man in de straat (en dus ook voor de meeste beleidsmakers) wordt dichtheid geassocieerd met de verfoeilijke hoogbouw waarvan ‘de hardwerkende Vlaming niet moet weten’. Niets is minder waar. Tal van publicaties en studies leren ons dat een dichtheid van ca. 75 woningen per hectare ideaal is om een duurzame ‘ecopolis’ te bouwen. Voorbeeldprojecten in binnen- en buitenland tonen aan dat deze dichtheid kan gehaald worden met een mix aan woningen (zowel compacte rijhuizen als groepswoningbouw van zo’n 6 bouwlagen), met ruim groenaanbod en geborgen publieke ruimtes…

Spijtig genoeg leren we zelden uit de fouten van het verleden. Er worden geen lessen getrokken uit het failliet van de naoorlogse modernistische wijken zoals Nieuw Gent, de Antwerpse Linkeroever of Luchtbal. Het zijn monofunctionele wijken waar zich niets afspeelt, zonder woningmix (meestal uitsluitend aftandse sociale huurwoningen), zonder voorzieningen, zonder lokale tewerkstelling, zonder cultuur, zonder verblijfskwaliteit in een steriele publieke ruimte…

Het is niet met een mooie gevelcompositie of met een erudiet samenspel van volumes dat de inclusieve stadswijk wordt gebouwd. We moeten integendeel over de disciplines heen al onze vakkennis samen leggen om eindelijk werk te maken van de duurzame stad.